Kan iedereen zomaar een psychische stoornis krijgen? #1 – Verward in Nederland

In deze blogserie: 7 complexe vragen, met verhelderende antwoorden over onder andere: “Verwarde Personen”, de Geestelijke Gezondheidszorg en de mensen die er werken.

Inleiding

Als we alleen naar de cijfers kijken dan krijgt bijna de helft (43,5%) van de Nederlanders ooit in het leven een psychische stoornis. Dus ‘ja’, iedereen zou het kunnen overkomen. In een recent artikel in de Volkskrant kwamen drie mensen aan het woord, die allen vrij laat in hun – goed op orde zijnde – leven een ernstige stoornis kregen. Deze drie ‘gewone’ burgers hadden een ernstige psychische stoornis: een (manische) psychose, een bipolaire stoornis en een (psychotische) depressie. Allen moesten ze in een psychiatrische kliniek worden opgenomen om uit de crisis te raken. De indrukwekkende verhalen van deze drie laten zien hoe diep een psychische stoornis kan ingrijpen in het leven van mensen. De vraag is wel of de journalist hiermee ‘doorsneemensen’ heeft gevonden, want de drie genoemde stoornissen komen bij maximaal 1-2% van de bevolking voor – ze zijn dus wel ernstig maar ook vrij zeldzaam.

Saïd, een 35-jarige man die in een sociaal pension woont in een grote stad, 
was 19 jaar oud toen hij een eerste psychose kreeg – later gevolgd door 
veel andere. De ouders van Saïd kwamen in 1976 naar Nederland: zij reisden
met Saïds twee oudere broers een oom achterna die in 1973 als gastarbeider
naar Nederland was gekomen. Saïd is de jongste van vijf en was de lieveling
van zijn moeder, omdat hij altijd al wat extra aandacht nodig had. 
Het gezin woonde in een naoorlogse flatwijk: breed opgezet, groen 
en met ruime woningen. Maar de problemen tussen de oorspronkelijke 
Nederlandse bewoners en de steeds talrijker wordende allochtonen waren 
groot. Voor Saïd was al vroeg in zijn leven duidelijk dat niet iedereen 
zat te wachten op hem en zijn familie, ze werden regelmatig 
gediscrimineerd en gepest.

Ernstige en minder ernstige stoornissen

De stoornis van Saïd, terugkerende psychoses, wordt van oudsher schizofrenie genoemd – een term die steeds meer ter discussie staat. Schizofrenie komt naar schatting bij circa 0,5% van de bevolking voor. Van de ruim 43% Nederlanders die ooit een stoornis krijgt, gaat het bij meer mensen om veel minder ernstige stoornissen – een ernstige psychische stoornis gaat dus zeker niet iedereen overkomen. Bij een ‘stoornis’ denken veel mensen aan de ernstige en weinig voorkomende gevallen die in de media worden beschreven, en in romans, films en series worden opgevoerd. Daardoor lijkt het dus alsof iedereen overvallen kan worden door een ernstige psychische stoornis. Maar dat is niet zo, en ook gebeurt het niet ‘zomaar’. In het Volkskrantartikel hebben de mensen daarvóór te maken gehad met een ongebruikelijke hoeveelheid stress die hen op een of andere wijze uit evenwicht heeft gebracht. Maar die stress maakt niet per definitie iedereen psychotisch of manisch, anders zouden ernstige stoornissen veel vaker voorkomen dan ze nu doen.

Kwetsbaarheid voor een stoornis

Er is dus meer aan de hand: blijkbaar krijgen sommige mensen eerder een psychische stoornis dan andere. Want als de een wel een psychose krijgt als zijn partner overlijdt maar de ander niet, dan is een sterfgeval – hoe ingrijpend ook – dus geen oorzaak van een psychose. Want niet iedereen wordt psychotisch na zoiets meegemaakt te hebben, en er worden ook mensen psychotisch zonder hun partner verloren te hebben. Na vele jaren onderzoek moeten we concluderen dat we van niet één psychische stoornis kunnen zeggen dat we de oorzaak hebben gevonden – wel dat er heel veel factoren zijn die mee kunnen spelen omdat ze het risico op het krijgen van een stoornis vergroten.

Ook de vaardigheden, of houding, die iemand ontwikkeld heeft om met tegenslagen, heftige emoties en psychische problemen om te gaan, spelen een belangrijke rol. Die houding kan zowel positief als negatief zijn, en dus beschermend werken of juist de kwetsbaarheid vergroten.

Wat is psychische gezondheid?

De invloedrijke Wereldgezondheidsorganisatie (who) hanteert voor gezondheid een nogal oude definitie (1948): ‘Een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet louter het ontbreken van ziekte of gebrek.’ Destijds werd wereldwijd nog hard gestreden tegen (dodelijke) infectieziekten en was de verwachting dat die vlot de wereld uit zouden zijn. In een groot deel van de wereld is dat inderdaad goed gelukt maar er zijn veel andere ziekten voor in de plaats gekomen, die meer chronisch dan dodelijk zijn. En dus ook hele andere effecten op het leven van mensen hebben.

Dezelfde Wereldgezondheidsorganisatie gebruikt voor geestelijke of psychische gezondheid ook bovenstaande algemene definitie, met een aanvulling. Die luidt: ‘Geestelijke gezondheid is een toestand van welzijn waarin een individu zijn of haar eigen mogelijkheden realiseert, kan omgaan met de normale levensstress, productief kan werken en in staat is om een bijdrage aan de samenleving te leveren’ [eigen vertaling]. Deze omschrijving is concreter en completer dan de algemene en doet recht aan het gegeven dat geestelijke gezondheid meer is dan alleen maar ‘geen stoornis’ hebben. Er zijn namelijk steeds sterkere aanwijzingen dat mensen zich kunnen ‘welbevinden’, ook al hebben ze een psychische stoornis.

Dat onderscheid tussen welbevinden en ziekten/stoornissen komt ook terug in nieuwe definities van gezondheid, die meer aandacht besteden aan de verschillende elementen van het leven van mensen. Een ver ontwikkelde definitie is die van Huber en anderen. Daarin zijn naast lichamelijke gezondheid ook mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijk functioneren en dagelijks functioneren opgenomen. Op al die zogenaamde dimensies kan iemand hoger of lager scoren, waardoor een completer beeld van zijn of haar gezondheid ontstaat. Verrassend is dat mensen met een psychische stoornis best hoog kunnen scoren op ‘welbevinden’ en ‘geluk’. Dat verklaart ook waarom Nederlanders in Europa tot de gelukkigste volken behoren, maar niet het laagste aantal psychische stoornissen hebben. Ruut Veenhoven, emeritus ‘geluks’-professor, stelt dat het geluk van de Nederlanders komt doordat ze ‘… in een land wonen dat leefbaar is, waar het goed zit met de welvaart, vrijheid, veiligheid, gelijkheid.’ En over de geestelijke gezondheidszorg zegt hij: ‘Hoe meer een land percentueel investeert in die zorg, hoe gelukkiger de mensen.’ De Amerikaanse hoogleraar Keyes ziet dat heel anders: psychische gezondheid en psychische stoornissen zijn twee verschillende dingen die elkaar wel beïnvloeden maar niet elkaars tegengestelden zijn.

Samenvatting

Ja, iedereen kan een psychische stoornis krijgen. Maar het risico op de ene stoornis (bijvoorbeeld depressie) is veel groter dan dat op een andere stoornis (bijvoorbeeld een psychose). Ook lopen bepaalde mensen een groter risico op welke psychische stoornis dan ook. De omstandigheden die daarvoor zorgen, de zogenaamde risicofactoren, hebben bovendien de neiging om zich te concentreren rond bepaalde mensen die veel structurele en incidentele tegenslagen te verduren krijgen.

Volgende week: Waarom hebben psychische stoornis een stigma?

 

Deze vragen en antwoorden komen uit het boek:

Verward in Nederland, Dr. Bauke Koekkoek, 2017, uitgeverij LannooCampus: https://www.lannoocampus.nl/nl/verward-nederland